|
|
Tijdens het raceweekend van 15 en 16 april
1978
werd begonnen met het tweede jaar van de Coupe Renault 5 elf.
Voor het vierde achtereenvolgende seizoen wordt door Renault een serie
van 8 wedstrijden georganiseerd. Zes wedstrijden vonden plaats op het circuit
van Zandvoort en twee op het circuit van zolder (België). Van de acht
wedstrijden die dat jaar gereden werden, waren zeven uitslagen bepalend
voor het eindklassement.
Renault Nederland betaalde gezamelijk met de sponsoren Elf, Dunlop,
Champion, Facom en Bilstein een startpremie van 100 gulden per wagen en
prijzengeld per wedstrijdpunt van 20 gulden . Voor de tien hoogst geklasseerden
was een prijzenpot van 21500 gulden. Waarvan nummer tien 500 gulden kreeg
en dat opliep tot 5000 gulden voor nummer een.
De wagens die dat jaar reden waren de modellen van het jaar ervoor,
aangevuld met modellen uit 1978. Er waren geen prestatieverschillen aanwezig
tussen de 77 en 78 modellen . De 5 Alpine Coupe beschikte
nog steeds over de standaard 1397cc viercilinder motor met 93 pk , een
vijf-versnellingsbak, rondom schijfremmen, een oliekoeler, Bilstein schokdempers
en Dunlop banden.
Totaal dit jaar hadden er 27 deelnemers zich ingeschreven, waaronder
20 routiniers en 7 debutanten, afkomstig uit Nederland , België en
Argentinië (Carlos Abbate nr 20).
Bekende gezichten waren o.a. de kampioen uit 1977 Hans Deen; met nr
2 op zijn wagen Geerlof Stam; nr. 3 was Gerrit de Vries. Uit de groep van
de debutanten werd veel verwacht van Habs van Ingen Schenau (nr 16), Fred
Gerlach (nr 17), de zoon van de in 1956 verongelukte arts Wim Gerlach in
de bocht die later naar hem genoemd werd.
Een klein aantal Nederlandse deelnemers werd uitgenodigd om deel te
nemen aan de Europese wedstrijden die, in het voor programma van de Formule
1 gereden werd. Deze wedstrijden werden gereden in Monte Carlo, Zolder,
Jarama, Zeltweg, Zandvoort en Monza. Aan deze wedstrijden namen rijders
uit Frankrijk, Italië, Duitsland, Oostenrijk, België, Zwitserland,
Spanje en Nederland deel. De bezoekende Renault 5 Alpine
rijders ontvingen allen een reiskosten vergoeding van 1000 gulden per wagen.
Voor de rijder met het minst gunstige resultaat was er nog altijd een prijs
van 500 gulden; de beste Nederlandse rijder ontving een bedrag van 4500
gulden.
|
|